Terug naar nieuwsoverzicht

Corporate/M&A

Tweede Kamer geeft ACM meer ruimte om machtsposities bij fusies en overnames te onderzoeken

De Tweede Kamer heeft op 22 september 2026 ingestemd met de Wet inroepbevoegdheid ACM. Met deze wet zal de Autoriteit Consument & Markt (ACM) in bepaalde gevallen ook fusies en overnames kunnen onderzoeken die niet onder de reguliere meldingsplicht vallen. De Eerste Kamer moet het wetsvoorstel nog behandelen. Tot de wet in werking treedt, blijven de huidige regels gelden.

Hogere omzetdrempel voor de reguliere meldplicht

Het concentratietoezicht is gebaseerd op omzetdrempels. Een voorgenomen fusie, overname of joint venture waardoor een "concentratie" ontstaat moet op grond van artikel 29 Mededingingswet bij de ACM worden gemeld wanneer de betrokken ondernemingen in het voorafgaande kalenderjaar gezamenlijk meer dan € 150 miljoen wereldwijde omzet hebben behaald én ten minste twee betrokken ondernemingen ieder ten minste € 30 miljoen omzet in Nederland hebben behaald.

De nieuwe wet zal de Nederlandse omzetdrempel voor de reguliere meldingsplicht verhogen naar € 75 miljoen voor ieder van ten minste twee betrokken ondernemingen. De gezamenlijke wereldwijde omzetdrempel van € 150 miljoen blijft bestaan.

Bij de omzetberekening kijkt de ACM niet uitsluitend naar de ondernemingen die rechtstreeks bij de overname waardoor de concentratie zal ontstaan betrokken zijn. De omzet van andere ondernemingen binnen dezelfde groep zal ook meetellen, bijvoorbeeld die van een moedermaatschappij of dochtermaatschappij, of andere portfolio companies van een private equity fonds.

Inroepbevoegdheid ACM

Naast de reguliere meldplicht van te vormen concentraties zal de ACM een nieuwe bevoegdheid krijgen. Met deze bevoegdheid kan de ACM het concentratietoezicht "inroepen" als het gaat om concentraties die niet aan de reguliere omzetdrempels voldoen.

Voor toepassing van deze inroepbevoegdheid moet ten minste één betrokken onderneming in Nederland € 50 miljoen omzet hebben behaald. Deze grens brengt geen zelfstandige meldplicht mee, maar bepaalt welke transacties binnen het bereik van de inroepbevoegdheid vallen. Dus als de koper samen met haar groepsmaatschappijen de omzetdrempel voor de inroepbevoegdheid haalt kan de ACM het concentratietoezicht inroepen ongeacht de omzet van de target.

Aanvulling op het bestaande toezicht

De ACM beschikt al over bevoegdheden om op te treden tegen misbruik van een economische machtspositie. Artikel 24 Mededingingswet verbiedt ondernemingen misbruik te maken van een economische machtspositie.

Dit toezicht heeft een andere functie. Voor toepassing van artikel 24 Mededingingswet moet worden vastgesteld dat een onderneming al een economische machtspositie heeft en dat zij daarvan misbruik maakt. Dat is niet eenvoudig. De voorgestelde inroepbevoegdheid zal de ACM een preventief instrument geven: zij kan een niet-meldingsplichtige concentratie alsnog aan concentratietoezicht onderwerpen. Voorkomen is beter dan genezen, zo is de gedachte. Daarbij staat de vraag centraal of de transactie daadwerkelijk de mededinging significant zou kunnen belemmeren.

De inroepbevoegdheid zal het bestaande toezicht op misbruik van een economische machtspositie daarmee versterken.

Inzet capaciteit ACM

De regering acht het wenselijk de capaciteit van de ACM gerichter in te zetten op concentraties waarbij daadwerkelijk risico's voor de mededinging bestaan en tegelijk de regeldruk voor ondernemingen te verminderen. De voorgestelde inroepbevoegdheid vormt daarbij een aanvullend vangnet voor "onderdrempelige" concentraties waarbij wel aanleiding bestaat voor nader onderzoek.

Volgens de door het kabinet aangehaalde cijfers van de ACM zal een verhoging van de omzetdrempel naar € 75 miljoen het gemiddelde aantal cases terugbrengen van ongeveer 130 naar ongeveer 40 per jaar. Hierdoor ontstaat de gewenste ruimte voor de ACM om haar capaciteit doeltreffender in te zetten voor de beoordeling van potentieel problematische onderdrempelige concentraties.

Voorbeelden

De Memorie van Toelichting bij deze wet noemt enkele voorbeelden van potentieel concurrentieverstorende concentraties die zonder de nieuwe inroepbevoegdheid onder de radar zouden blijven.

Killer acquisitions

De nieuwe bevoegdheid zal onder meer relevant kunnen zijn voor zogenoemde killer acquisitions. Daarmee worden overnames bedoeld van ondernemingen met een nieuwe technologie, bijzondere kennis, intellectueel eigendom of een product in ontwikkeling, die in de toekomst betekenis kunnen krijgen voor de concurrentieverhoudingen op een bepaalde markt. Opkomende innovatieve bedrijven met een dergelijke disruptive potentie worden meer dan eens door een bestaande grote marktpartij gekocht met het doel de concurrentie van de nieuwkomer voorlopig van de markt te weren.

Zonder een inroepbevoegdheid zou de killer acquisition voor de ACM onder de radar van het concentratietoezicht blijven, omdat de target die van de markt geweerd wordt de omzetdrempels van het reguliere concentratietoezicht nog niet haalt.

Kralenrijgen

De inroepbevoegdheid onder de nieuwe wet zal voor de ACM ook van betekenis kunnen zijn bij het voorkomen van het ontstaan van te machtige concentraties als gevolg van een buy-and-build strategie van kopers zoals private equity investeerders, ook wel aangeduid als het "kralenrijgen". Private equity beoogt met een buy-and-build strategie schaalgrootte en synergie te creëren en daarmee een hogere waarde van de bij elkaar geregen ondernemingen. Iedere afzonderlijke transactie blijft dan vaak onder de reguliere meldingsdrempels. Zo kan er, kralenrijgend, een concurrentieverstorende machtspositie ontstaan op de betreffende markt, zonder dat de opeenvolgende acquisities onder het concentratietoezicht vallen. Met de inroepbevoegdheid kan de ACM wel ingrijpen.

Dit kan in het bijzonder spelen op markten met een lokale of regionale dimensie. In de parlementaire behandeling zijn onder meer ketens in de zorg, kinderopvang en dierenartspraktijken genoemd.

Inroepbevoegdheid: op welk moment, en hoe?

De ACM kan de inroepbevoegdheid uitoefenen op drie mogelijke tijdstippen en dan op het tijdstip dat zich het eerst voordoet, namelijk (i) het tijdstip waarop de ACM kennis krijgt van het voornemen om de concentratie tot stand te brengen, (ii) het tijdstip waarop de concentratie publiek bekend is gemaakt, en (iii) tot zes maanden nadat de overeenkomst waarmee de concentratie tot stand wordt gebracht van kracht wordt.

De ACM kan bij de betrokken ondernemingen vervolgens gegevens en documenten opvragen die zij redelijkerwijs nodig heeft om te beoordelen of de concentratie de mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan op significante wijze zou kunnen belemmeren. Op basis van de verkregen informatie kan de ACM vervolgens besluiten de concentratie onder het concentratietoezicht te brengen en de betrokken ondernemingen te verplichten de concentratie bij haar te melden.

Daarna volgt het gebruikelijke traject bij de melding onder het concentratietoezicht. Als de ACM na de beoordeling van de melding van oordeel is dat de transactie zonder nader onderzoek niet mogelijk is, kan zij bepalen dat een vergunning vereist is. De vergunning kan vervolgens onder voorwaarden of voorschriften worden verleend of worden geweigerd.

Signalen over mogelijke marktmacht

De Tweede Kamer heeft ook ingestemd met een amendement dat natuurlijke personen en rechtspersonen de mogelijkheid geeft om bij de ACM een vermoeden of aanwijzingen te melden dat een mogelijke concentratie tot ongewenste marktmacht leidt.

Een dergelijke melding is geen formele concentratiemelding en leidt niet automatisch tot onderzoek. De ACM beoordeelt zelf of een signaal aanleiding geeft om informatie op te vragen of verdere stappen te zetten.

Betekenis voor de overnamepraktijk

Na inwerkingtreding van deze wet zullen de reguliere – bij deze wet verhoogde - omzetdrempels bepalend blijven voor de vraag of een voorafgaande melding zonder dat de ACM daar om vraagt verplicht is. Daartegenover staat dat de ACM het concentratietoezicht toch voor bepaalde kleine transacties kan inroepen die op zich niet meldingsplichtig zijn omdat de aangepaste omzetdrempels niet gehaald worden.

Daarbij zullen naast de omzetdrempel voor de inroepbevoegdheid ( > € 50 mio bij ten minste één betrokken onderneming) bijvoorbeeld de positie op een regionale markt en het mogelijk willen weren van een nieuwkomer met innovatieve techniek relevant worden.

De Wet laat nog (te) veel onzekerheid bestaan over het beleid bij de toepassing van de nieuwe inroepbevoegdheid. Welke marktaandelen worden relevant? Gaat het vooral om lokale, regionale markten, waar de consument in die regio weinig alternatieven heeft? De markt heeft behoefte aan voorspelbaarheid over de toepassing van dit nieuwe instrument van de ACM. De Tweede Kamer heeft daarom een motie aangenomen waarin de regering wordt verzocht de wet niet in werking te laten treden voordat de ACM een conceptleidraad over de toepassing van de inroepbevoegdheid in consultatie heeft gebracht.

Het gaat te ver voor deze korte, als signalering bedoelde, bijdrage om het wetsvoorstel in detail te bespreken.

Belangrijk voor nu is nog eens te herhalen dat de inroepbevoegdheid door de ACM kan worden uitgeoefend als de concentratie al bestaat: na de closing dus…..

Als de ACM dan uiteindelijk oordeelt dat de concentratie niet tot stand gebracht had mogen worden, kan de ultieme consequentie zijn dat de deal ongedaan gemaakt moet worden, of alleen in stand kan blijven onder bepaalde voorwaarden. Dit kan zeer problematisch zijn: "you can't unscramble a scrambled egg", zeggen de Britten terecht.

De minister heeft aangegeven dit probleem ook te zien, en daarom zal er een mogelijkheid gecreëerd worden om de voorgenomen transactie die niet onder het reguliere concentratietoezicht valt toch vóór de totstandkoming vrijwillig voor te leggen om snel uitsluitsel te verkrijgen van de ACM of de kans bestaat dat het concentratietoezicht ingeroepen gaat worden. Dit zou dan mogelijk moeten worden via een simpel (online) formulier.

Concreet betekent dit dat voorgenomen overnames die niet onder het reguliere concentratietoezicht vallen, maar waarbij het risico bestaat dat de ACM gebruik maakt van haar inroepbevoegdheid, vóóraf via het aangekondigde "online formulier" bij de ACM gemeld zullen gaan worden. Partijen willen duidelijkheid vooraf. De transactiedocumentatie zal hiervoor passende (opschortende) voorwaarden moeten bevatten.

De ACM zal het nog druk gaan krijgen met het verwerken van al die formulieren bij kleine transacties die ongetwijfeld voor de zekerheid ingediend gaan worden. Over het verminderen van regeldruk voor ondernemers gesproken.

De behandeling van de Wet inroepbevoegdheid ACM is nog niet afgerond. Zodra er nieuwe ontwikkelingen zijn, delen we wat deze concreet betekenen voor fusies en overnames.

Een fusie of overname in voorbereiding?

Neem voor vragen over de mogelijke gevolgen van de nieuwe inroepbevoegdheid van de ACM contact op met Rudolph, Daan of een van de andere professionals uit ons Corporate/M&A-team. Zij denken graag mee over de gevolgen voor de voorgenomen transactie.